ECLI:NL:CRVB:2012:BY1199
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid na psychische klachten
Appellante, werkzaam als assemblagemedewerker via een uitzendbureau, viel op 2 april 2008 uit wegens psychische klachten. Tijdens de wachttijd werd een WIA-beoordeling uitgevoerd, waarbij verzekeringsarts D. Grubben beperkingen vaststelde en een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) opstelde. De arbeidsdeskundige K.T. Tulmans concludeerde dat appellante niet geschikt was voor haar eigen werk, maar wel voor zes andere functies, met een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%.
Het UWV stelde bij besluit van 30 maart 2010 vast dat appellante geen recht had op een WIA-uitkering. Appellante maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard na een rapport van bezwaarverzekeringsarts J.L. Waasdorp. Zowel de rechtbank als de Centrale Raad van Beroep bevestigden deze besluiten.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen niet waren onderschat. De medische informatie van behandelaars bood geen aanleiding tot een andere conclusie. Ook was niet aannemelijk dat appellante vanwege medische behandeling niet beschikbaar was voor arbeid. De functies waarop de arbeidsongeschiktheid was gebaseerd, waren medisch gezien passend.
De Raad bevestigde daarom het besluit dat appellante geen WIA-uitkering toekomt en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Appellante heeft geen recht op een WIA-uitkering omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is verklaard.