ECLI:NL:CRVB:2012:BY1302

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
16 oktober 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/5181 WWB-PV + 10/5182 WWB-PV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:26 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijk verklaring hoger beroep wegens overlijden appellant en ontbreken procesbelang

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen uitspraken van de rechtbank Rotterdam. Tijdens de procedure is appellant overleden op 16 februari 2011. De vertegenwoordiger van appellant heeft later aangegeven niet langer op te treden voor appellant of diens erven.

Uit het boedelregister blijkt dat de nalatenschap van appellant door de betrokken partijen is verworpen. Na publicatie in de Staatscourant heeft niemand zich gemeld als belanghebbende die het geding wil voortzetten. Hierdoor ontbreekt het procesbelang voor voortzetting van het hoger beroep.

De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk is. Er is geen sprake van opvolging in de procespositie door erfgenamen of andere belanghebbenden, zodat de procedure moet worden beëindigd.

Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens overlijden appellant en ontbreken van procesbelang.

Uitspraak

10/5181 WWB-PV, 10/5182 WWB-PV
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraken van de rechtbank Rotterdam van 26 augustus 2010, 10/702 en 10/701 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
wijlen [A.], in leven laatstelijk gewoond hebbende te [B.] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam (college)
Datum uitspraak: 16 oktober 2012
Zitting heeft: O.L.H.W.I. Korte
Griffier: R. Scheffer
Ter zitting is verschenen: mr. S. el Fizazi als vertegenwoordiger van het college
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart de hoger beroepen niet-ontvankelijk.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen:
Namens appellant heeft mr. A.J.M. Vélu hoger beroepen ingesteld.
Het college heeft verweerschriften ingediend.
Mr. Vélu heeft op 8 maart 2011 de Raad schriftelijk meegedeeld dat appellant op 16 februari 2011 is overleden. Bij brief van 21 december 2011 heeft mr. Vélu de Raad bericht dat hij niet langer optreedt voor appellant of zijn erven.
Uit een afschrift van het boedelregister, berustend onder de griffie van de rechtbank Rotterdam, van 2 oktober 2012 blijkt dat de nalatenschap van appellant door de betrokken partijen is verworpen.
In de Staatscourant van 19 september 2012 is de in artikel 8:26, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht bedoelde aankondiging van de zaak gedaan.
Niet kan worden gezegd dat de overleden appellant enig belang heeft bij de voortzetting van het geding. Niet gebleken is van erfgenamen die appellant als partij in het onderhavige geding zijn opgevolgd en die het geding zouden willen voortzetten.
Na de oproep in de Staatscourant hebben geen belanghebbenden verzocht als partij aan het geding deel te mogen nemen.
Het processuele belang is daarom aan de beoordeling van het hoger beroep komen te ontvallen, zodat de ingestelde hoger beroepen niet-ontvankelijk moeten worden verklaard.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
(getekend) (getekend)
Voor eensluidend afschrift
de griffier van de
Centrale Raad van Beroep