ECLI:NL:CRVB:2012:BY1366

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
25 oktober 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11-1238 WSW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • N.J. van Vulpen-Grootjans
  • J.G. Treffers
  • G.F. Walgemoed
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot toekenning sociale werkvoorziening wegens voldoende arbeidscapaciteit

Appellant verzocht om te worden aangemerkt als behorende tot de doelgroep van de sociale werkvoorziening (Wsw). De raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen wees dit verzoek af op grond van een deskundigenonderzoek waaruit bleek dat appellant in staat is passende arbeid te verrichten met noodzakelijke aanpassingen buiten de Wsw.

Appellant stelde dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was uitgevoerd, met name dat de arts geen gegevens van behandelende artsen had opgevraagd en onvoldoende rekening had gehouden met zijn COPD-klachten. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat de arts wel degelijk met alle klachten rekening had gehouden en dat het ontbreken van aanvullende gegevens te verklaren was doordat er voldoende informatie beschikbaar was en appellant hier ook niet om had verzocht.

Na bezwaar heeft een multidisciplinair overleg de functionele mogelijkhedenlijst bevestigd, waardoor de raad van bestuur gerechtigd was het besluit te baseren op de rapporten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het verzoek van appellant om te worden aangemerkt als behorende tot de doelgroep van de sociale werkvoorziening wordt afgewezen.

Uitspraak

11/1238 WSW
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 11 januari 2011, 10/3469 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[A. te B.] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (raad van bestuur)
Datum uitspraak: 25 oktober 2012
PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. T. Kemper advocaat, hoger beroep ingesteld.
Bij brief van 18 mei 2012 heeft mr. Kemper nog stukken ingezonden.
De raad van bestuur heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 13 september 2012. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Kemper. De raad van bestuur heeft zich niet laten vertegenwoordigen.
OVERWEGINGEN
1. Bij besluit van 1 juni 2010 heeft de raad van bestuur afwijzend beslist op het verzoek van appellant te bepalen dat hij behoort tot de doelgroep van de sociale werkvoorziening. Uit de resultaten van het onderzoek is gebleken dat appellant in staat is passende arbeid te verrichten met behulp van noodzakelijke aanpassingen, die buiten de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) gerealiseerd kunnen worden in een overigens normale werkomgeving. Bij besluit van 12 augustus 2010 (bestreden besluit) is het bezwaar tegen het besluit van 1 juni 2010 ongegrond verklaard.
2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
3. Naar aanleiding van hetgeen partijen in hoger beroep hebben aangevoerd overweegt de Raad het volgende.
3.1. Het standpunt van de raad van bestuur berust onder meer op het deskundigenonderzoek van de arts M. Tjia van 16 april 2010 en het advies van de arbeidsdeskundige A. Knaapen van 17 mei 2010. Het standpunt van appellant dat het rapport van de arts Tjia onzorgvuldig tot stand is gekomen, deelt de Raad niet. Anders dan appellant heeft gesteld, blijkt de arts Tjia bij zijn onderzoek wel degelijk rekening te hebben gehouden met de klachten van COPD van appellant, zoals hij dit ook heeft gedaan met de andere gemelde medische klachten van appellant. Dat Tjia geen gegevens van de appellant behandelende artsen heeft opgevraagd, is te verklaren doordat Tjia oordeelde dat er bij het onderzoek voldoende informatie beschikbaar was en appellant bij dat onderzoek ook niet heeft verzocht om informatie op te vragen. Overigens heeft, na bezwaar, het Multidisciplinair overleg (MDO) kennis genomen van gegevens uit de behandelende sector en vastgesteld dat de door de arts Tjia opgestelde functionele mogelijkhedenlijst niet behoeft te worden bijgesteld.
3.2. De raad van bestuur was dus gerechtigd bij zijn besluitvorming af te gaan op de in 3.1 genoemde rapporten. De Raad kan niet inzien dat de raad van bestuur daarbij fouten heeft gemaakt die afbreuk doen aan de juistheid van het bestreden besluit.
4. De rechtbank heeft dus met juistheid het beroep van appellant ongegrond verklaard. De aangevallen uitspraak moet daarom worden bevestigd.
5. Er bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door N.J. van Vulpen-Grootjans als voorzitter en J.G. Treffers en G.F. Walgemoed als leden, in tegenwoordigheid van S.K. Dekker als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaarheid op 25 oktober 2012.
(getekend) N.J. van Vulpen-Grootjans
(getekend) S.K. Dekker