ECLI:NL:CRVB:2012:BY1405
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op WIA-uitkering wegens voldoende belastbaarheid
Appellant, werkzaam als schoonmaker, meldde zich ziek met rugklachten, hypertensie, vermoeidheid en hoofdpijn. Het UWV stelde vast dat appellant ondanks beperkingen geschikt was voor bepaalde functies en daarom geen recht had op een WIA-uitkering vanaf 3 april 2009.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) juist waren vastgesteld. Ook de arbeidskundige onderbouwing dat de geselecteerde functies geschikt waren, werd bevestigd.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het medische onderzoek onzorgvuldig was en dat de functies niet passend waren. De Raad overwoog echter dat het medisch onderzoek overtuigend was en dat de functies, waaronder huishoudelijk medewerker, medisch passend waren. De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde het bestreden besluit. Tevens werd het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV om geen WIA-uitkering toe te kennen wordt bevestigd.