ECLI:NL:CRVB:2012:BY1410
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing Wajong-uitkering wegens ontbreken van arbeidsbeperkingen ten tijde van aanvraag
Appellant heeft op 5 februari 2010 een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering, die op 24 maart 2010 werd afgewezen op basis van een arbeidsdeskundig rapport. Na bezwaar verklaarde het UWV het bezwaar ongegrond, gesteund op een medisch rapport waarin werd geconcludeerd dat er geen objectief vastgestelde beperkingen voor arbeid waren per 21 september 1981 en/of 21 september 1982.
De rechtbank bevestigde dit standpunt en verklaarde het beroep ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat het UWV ten onrechte geen beperkingen had vastgesteld, onderbouwd met een medisch rapport van 7 maart 2011. De Centrale Raad van Beroep volgde echter de rechtbank en het UWV, stellende dat de medische verklaringen uit 1981 en 1982 onvoldoende aanknopingspunten boden voor beperkingen en dat de aanvullende verklaring van de medisch adviseur geen ander oordeel rechtvaardigde.
Verder werd opgemerkt dat appellant vanaf 1 december 2012 in aanmerking is gebracht voor een WIA-uitkering, wat impliceert dat hij beschikte over verdiencapaciteit. De Raad concludeerde dat de afwijzing van de Wajong-uitkering terecht was en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de Wajong-uitkering wegens het ontbreken van relevante arbeidsbeperkingen ten tijde van de aanvraag.