ECLI:NL:CRVB:2012:BY2381
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- E.J. Govaers
- E.C.R. Schut
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking en terugvordering bijstand wegens onroerende zaken in het buitenland
Appellanten ontvingen bijstand van 1983 tot 2009. Het college trok de bijstand in vanaf 1 juli 1997 en vorderde ten onrechte betaalde bijstand terug wegens het bezit van onroerende zaken in Turkije die niet waren gemeld. Appellanten erkenden het bezit en de schending van de inlichtingenplicht, maar betwistten de waarde van de onroerende zaken over de periode 1997-2003.
De Raad oordeelde dat er geen concrete aanwijzingen zijn dat de waarde destijds substantieel lager was dan de waarde in 2009, en dat de onroerende zaken al sinds 1986 gereed waren. Het bewijs van een schuld die de waarde zou verminderen was onvoldoende aannemelijk gemaakt. Het college had ten onrechte gesteld dat het recht op bijstand over de periode niet vast te stellen was.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat het college bevoegd was tot intrekking en terugvordering. Het college werd veroordeeld in de proceskosten van appellanten.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering over de waarde van onroerende zaken, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.