ECLI:NL:CRVB:2012:BY2392
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant was van november 2007 tot november 2009 als procesoperator werkzaam en meldde zich ziek wegens psychische klachten en epilepsie. Vanaf november 2009 ontving hij een Ziektewet-uitkering. Het UWV beëindigde deze uitkering per april 2010 omdat appellant niet ongeschikt werd geacht voor zijn werk. Appellant maakte bezwaar en voerde angst- en paniekaanvallen aan als belemmering.
De bezwaarverzekeringsarts onderzocht appellant en concludeerde dat de sporadische 'speech-arrest' klachten nauwelijks interfereren met het werk en dat appellant deze aanvallen voelt aankomen, waardoor hij zijn werkzaamheden kan verrichten. Ook gaf de behandelend neuroloog geen beperkingen op. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat de medische rapporten en onderzoeken geen aanwijzingen bevatten dat appellant niet in staat is zijn werk te verrichten, ondanks de psychische klachten. Er waren geen gronden om de eerdere beslissing te herzien en geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewet-uitkering omdat appellant zijn werk kan verrichten ondanks sporadische klachten.