ECLI:NL:CRVB:2012:BY2393

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
7 november 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11-4033 ZW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Ch. van Voorst
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:88 AwbArt. 21 Beroepswet
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot herziening bestuursrechtelijke uitspraak UWV

De Centrale Raad van Beroep behandelde een verzoek tot herziening van haar uitspraak van 4 mei 2011 inzake een bestuursrechtelijke zaak tussen verzoeker en het UWV. Verzoeker stelde dat er sprake was van evidente onjuistheid, foutieve uitleg van jurisprudentie, nieuwe feiten en omstandigheden en het niet kunnen uitoefenen van wettelijke bevoegdheden.

Het verzoek werd ondersteund met een rapport van het Instituut Psychosofia. De Raad heeft dit rapport en de aangevoerde gronden zorgvuldig onderzocht, maar concludeerde dat er geen feiten of omstandigheden waren die voldeden aan de criteria van artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.

De Raad stelde vast dat de nieuwe feiten niet voorafgaand aan de uitspraak bekend waren, noch dat deze tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden. Partijen waren niet verschenen op de zitting. De Raad wees het verzoek om herziening af en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

De uitspraak werd gedaan door rechter Ch. van Voorst, in aanwezigheid van griffier H.J. Dekker, en uitgesproken in het openbaar op 7 november 2012.

Uitkomst: Het verzoek om herziening van de bestuursrechtelijke uitspraak wordt afgewezen wegens ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.

Uitspraak

11/4033 ZW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 4 mei 2011, 09/6309 ZW
Partijen:
[A. te B.]
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Datum uitspraak 7 november 2012.
PROCESVERLOOP
Namens verzoeker heeft mr. W.C. de Jonge, advocaat, verzocht om herziening van de uitspraak van de Raad van 4 mei 2011, 09/6309 ZW.
Het Uwv heeft een reactie op het herzieningsverzoek ingediend.
Het verzoek is aan de orde gesteld op de zitting van 17 oktober 2012. Partijen zijn - zoals was aangekondigd - niet verschenen.
OVERWEGINGEN
1. Op grond van artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in verbinding met artikel 21 van Pro de Beroepswet kan de Raad op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten en omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,
b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
c. waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
2. Verzoeker heeft verzocht om herziening van de uitspraak van 4 mei 2011 op grond van “evidente onjuistheid, foutieve uitleg van de eigen jurisprudentie en op grond van nieuwe feiten en omstandigheden en vanwege het niet kunnen uitoefenen van bij wet gegeven bevoegdheden”. De gronden van het verzoek zijn uiteengezet in het aanvullend verzoekschrift van 6 september 2011. Ter onderbouwing van dat standpunt is een rapport van Instituut Psychosofia van 22 augustus 2011 overgelegd.
3. In hetgeen verzoeker in zijn verzoek heeft aangevoerd noch in het rapport Instituut Psychosofia van 22 augustus 2011, ziet de Raad feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Awb. Daarom dient het verzoek om herziening te worden afgewezen.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om herziening af.
Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst, in tegenwoordigheid van H.J. Dekker als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 7 november 2012.
(getekend) Ch. van Voorst
(getekend) H.J. Dekker
KR