ECLI:NL:CRVB:2012:BY2706
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- R. Kooper
- B.J. van de Griend
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WUV-uitkering en voorzieningen wegens onvoldoende verband met vervolging
Appellant, erkend als vervolgingsslachtoffer vanwege krijgsgevangenschap en gedwongen tewerkstelling, verzocht om een WUV-uitkering en voorzieningen zoals een gehoorapparaat en mobiliteitshulpmiddel. Hoewel zijn psychische klachten verband houden met de vervolging, leiden deze niet tot verminderd functioneren ten opzichte van leeftijdgenoten. De lichamelijke klachten, waaronder rug- en gehoorproblemen, zijn volgens deskundigen leeftijdsgebonden en degeneratief van aard en niet causaal gerelateerd aan de vervolging.
De Raad benoemde een neuroloog die appellant onderzocht en concludeerde dat de huidige rugklachten veroorzaakt worden door lumbale kanaalstenose, een degeneratieve aandoening passend bij de leeftijd, zonder verband met de krijgsgevangenschap. De medische rapporten van de geneeskundig adviseurs van verweerder ondersteunen deze conclusie. Appellant stelde dat zijn klachten voortkomen uit de ontberingen tijdens de gevangenschap, maar dit werd onvoldoende onderbouwd met medisch bewijs.
Gezien het gebrek aan overtuigend medisch bewijs dat de klachten verband houden met de vervolging, verklaarde de Centrale Raad van Beroep het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De afwijzing van de WUV-uitkering en voorzieningen blijft daarmee in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de WUV-uitkering en voorzieningen wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende causaal verband met de vervolging.