ECLI:NL:CRVB:2012:BY2759
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep en vergoeding proceskosten en schade wegens overschrijding redelijke termijn
De Raad voor de Rechtspraak heeft op 9 november 2012 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak betreffende een intrekking van hoger beroep door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (appellant) tegen een betrokkene. Appellant had het hoger beroep ingetrokken nadat een gewijzigde beslissing op bezwaar was genomen. Betrokkene verzocht vervolgens om vergoeding van proceskosten en immateriële schade wegens de lange duur van de procedure.
De Raad overwoog dat op grond van artikel 21a van de Beroepswet en de Algemene wet bestuursrecht (Awb) appellant bij intrekking van het hoger beroep kan worden veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en schade. De Raad wees het verzoek toe om wettelijke rente over de na te betalen uitkering te vergoeden, conform eerdere jurisprudentie. Tevens veroordeelde de Raad appellant tot vergoeding van de in hoger beroep gemaakte proceskosten, begroot op € 1.209,95.
Daarnaast werd het verzoek tot schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn inhoudelijk behandeld. De Raad constateerde dat de totale procedure bijna zes jaar had geduurd, waarvan vier jaar en zes maanden bij de Raad zelf, wat een schending van de redelijke termijn vermoedde. Daarom werd het onderzoek heropend en de Staat der Nederlanden als partij aangewezen om een nadere uitspraak over de schadevergoeding te kunnen voorbereiden.
Uitkomst: Appellant wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en wettelijke rente, en het onderzoek wordt heropend voor een nadere uitspraak over schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.