ECLI:NL:CRVB:2012:BY2769
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering nabestaandenuitkering voor niet-huwelijkse relatie overleden voor 1996
Appellante heeft vanaf 1987 samengewoond met haar partner, die in 1993 overleed. Zij vroeg in 2009 een nabestaandenuitkering aan, welke door de Sociale verzekeringsbank (Svb) werd geweigerd omdat zij niet gehuwd was volgens de destijds geldende Algemene Weduwen- en Wezenwet (AWW).
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het onderscheid tussen nabestaanden uit niet-huwelijkse relaties van vóór en na 1 juli 1996 niet onverenigbaar is met discriminatieverboden. In hoger beroep werd dit standpunt bevestigd.
De Raad benadrukt dat discriminatieverboden zoals neergelegd in art. 26 IVBPR Pro niet bedoeld zijn om nadelen veroorzaakt door wetswijzigingen met terugwerkende kracht te verbieden. Het Comité voor de Rechten van de Mens onderschreef deze visie in een vergelijkbare zaak. Het hoger beroep faalt en de weigering tot toekenning van de nabestaandenuitkering wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de weigering van de nabestaandenuitkering wordt bevestigd.