ECLI:NL:CRVB:2012:BY2846
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende bewijs arbeidsongeschiktheid op verzekerde dag
Appellant heeft in april 2009 vanuit Marokko een verzoek ingediend voor een WIA-uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO). Het UWV heeft dit verzoek afgewezen omdat niet kon worden vastgesteld dat appellant tijdens een verzekerde periode arbeidsongeschikt is geworden. Appellant heeft onvoldoende bewijs geleverd, zoals loonstroken en medische verklaringen, om zijn verzekeringsstatus op de eerste arbeidsongeschiktheidsdag aannemelijk te maken. Bovendien heeft appellant niet gereageerd op verzoeken om aanvullende informatie.
De rechtbank heeft het standpunt van het UWV gevolgd en het besluit gehandhaafd. In hoger beroep heeft appellant gesteld dat hij destijds in Nederland ziek is geworden en sindsdien arbeidsongeschikt is gebleven, maar heeft geen nieuwe relevante bewijsstukken aangeleverd. De Centrale Raad van Beroep heeft geoordeeld dat deze stellingen onvoldoende aanknopingspunten bieden om het bestreden besluit te vernietigen.
De Raad bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De beslissing is genomen door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 19 oktober 2012.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de WIA-uitkering wegens onvoldoende bewijs van verzekeringsstatus op de eerste arbeidsongeschiktheidsdag.