ECLI:NL:CRVB:2012:BY3332
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging WAO-uitkering op basis van zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering te verlagen naar een mate van 15 tot 25% arbeidsongeschiktheid. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en stelde vast dat het medisch onderzoek en de arbeidskundige beoordeling zorgvuldig en volledig waren uitgevoerd.
In hoger beroep betoogde appellante dat het UWV niet had aangetoond dat haar medische belastbaarheid was toegenomen en dat het medisch onderzoek onvoldoende rekening hield met haar beperkingen, met name ten aanzien van hand- en vingergebruik. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat het medisch onderzoek niet onzorgvuldig of onvolledig was en dat de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) en verzekeringsgeneeskundige rapporten voldoende waren onderbouwd.
De Raad vond geen aanleiding om een medisch deskundige te benoemen en concludeerde dat het arbeidskundige rapport een deugdelijke grondslag bood voor het besluit. De beperkingen van appellante waren juist gewaardeerd en de geduide functies passend. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de verlaging van de WAO-uitkering naar 15-25%.