ECLI:NL:CRVB:2012:BY3907
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens voldoende medische en arbeidskundige grondslag
Appellant had bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering per 17 januari 2010 in te trekken. Het UWV had het bezwaar ongegrond verklaard, waarna appellant beroep instelde bij de rechtbank Utrecht. De rechtbank vernietigde het besluit van 18 mei 2010, maar verklaarde het latere besluit van 25 oktober 2010 ongegrond. De rechtbank oordeelde dat de medische en arbeidskundige beoordeling, waaronder de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van 13 april 2010, voldoende was onderbouwd en dat appellant de voorgestelde werkzaamheden kon verrichten.
In hoger beroep stelde appellant dat zijn beperkingen waren onderschat. De Centrale Raad van Beroep heeft het oordeel van de rechtbank overgenomen en bevestigd dat er geen reden is om te twijfelen aan de vastgestelde belastbaarheid en de medische geschiktheid voor de functies die ten grondslag liggen aan het besluit. Het hoger beroep is daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan in het openbaar op 9 november 2012.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd.