ECLI:NL:CRVB:2012:BY4037
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende medische onderbouwing beperkingen
Appellante, voormalig procesoperator, meldde zich ziek wegens klachten aan het bewegingsapparaat en psychische klachten. Het UWV concludeerde op basis van verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek dat zij geschikt was voor passend werk zonder relevant verlies aan verdiencapaciteit en weigerde daarom een WIA-uitkering.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, maar het bezwaar werd ongegrond verklaard. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellante eveneens ongegrond, stellende dat het medische onderzoek volledig en zorgvuldig was uitgevoerd en dat de door appellante ingebrachte informatie van de behandelend sector geen nieuwe medische feiten bevatte die tot een ander oordeel leidden.
In hoger beroep voerde appellante aan dat er sprake was van onvoldoende zorgvuldig onderzoek en dat zij meer beperkingen had dan vastgesteld. Zij overhandigde rapporten van een spiritueel geneeskundig instituut ter onderbouwing. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat deze stukken geen nieuwe relevante medische feiten bevatten en bevestigde de eerdere uitspraak. De Raad stelde dat het UWV en de rechtbank terecht de oudere medische gegevens niet relevant achtten voor de beoordeling van de huidige situatie en dat appellante onvoldoende onderbouwing leverde om het standpunt van het UWV te weerleggen.
De Raad zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens onvoldoende medische onderbouwing van verdere beperkingen door appellante.