ECLI:NL:CRVB:2012:BY4049
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tot herziening intrekking WAO-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant, voormalig magazijnmedewerker, kreeg vanaf 1992 een WAO-uitkering toegekend wegens arbeidsongeschiktheid. In 1997 trok het UWV deze uitkering in omdat de arbeidsongeschiktheid was afgenomen tot minder dan 15%. Dit besluit werd in eerdere procedures bevestigd en is in rechte onaantastbaar geworden.
Appellant verzocht in 2008 en 2009 om herziening van dit besluit en hervatting van de uitkering, stellende dat hij ziek bleef en niet kon werken. Het UWV wees dit verzoek af omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren. De rechtbank bevestigde dit oordeel in 2011.
In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunt en bracht een verklaring van een psychiater in. De Raad oordeelde echter dat deze en andere stukken niet als nieuwe feiten konden worden beschouwd en dat het UWV terecht het verzoek afwees zonder nader onderzoek.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Het verzoek tot herziening van het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt definitief afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.