ECLI:NL:CRVB:2012:BY4052
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende medische beperkingen
Appellant, werkzaam als waterklerk, meldde zich ziek in april 2008 door de ziekte van Pfeiffer en kreeg later nek- en rugklachten na een verkeersongeval in 2009. Na medisch onderzoek door een verzekeringsarts en arbeidskundig onderzoek stelde het UWV vast dat appellant geen recht had op een WIA-uitkering vanwege een verlies van verdienvermogen van circa 33%.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, stellende dat de beperkingen te licht waren ingeschat en dat er sprake was van stressgevoeligheid en depressie. De bezwaarverzekeringsarts onderschreef de functionele beperkingenlijst (FML) en het bezwaar werd ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen het bezwaarbesluit ongegrond en oordeelde dat de medische grondslag en geschiktheid voor de overblijvende functies juist waren vastgesteld.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten, maar de Centrale Raad van Beroep zag geen aanleiding om het oordeel van de rechtbank te wijzigen. De Raad benadrukte dat de verzekeringsarts het medisch oordeel van de bedrijfsarts onderschreef en dat er geen aanwijzingen waren voor ernstige psychische beperkingen. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de afwijzing van de WIA-uitkering bevestigd.