ECLI:NL:CRVB:2012:BY4321
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor reeds gemaakte schuldkosten zonder zeer dringende redenen
Appellante, een AOW-gerechtigde, vroeg bijzondere bijstand aan voor kosten van een gebitsbehandeling die zij reeds had ondergaan en waarvoor zij een schuld had. Het college wees de aanvraag af omdat bijstand niet wordt verleend voor schulden en er geen sprake was van zeer dringende redenen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel in hoger beroep. De Raad benadrukte dat artikel 13 lid 1 sub f WWB Pro het verlenen van bijstand voor schulden uitsluit indien de aanvrager middelen heeft om in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien.
Verder oordeelde de Raad dat het college niet bevoegd was om op grond van artikel 49 lid 1 sub b WWB Pro bijstand te verlenen zonder dat aan de strenge voorwaarden, zoals het ontbreken van een schuldsaneringskrediet en het bestaan van zeer dringende redenen, was voldaan. Het ontbreken van verwijtbaarheid en de leeftijd van appellante vormden geen zeer dringende reden.
De Raad concludeerde dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat de schuld haar bestaan bedreigde en bevestigde daarom de afwijzing van de bijzondere bijstand. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag om bijzondere bijstand voor reeds gemaakte schuldkosten zonder zeer dringende redenen wordt bevestigd.