ECLI:NL:CRVB:2012:BY4473
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV inzake hoogte dagloon Ziektewetuitkering wegens onjuiste kwalificatie bezwaarschrift
Appellante ontving een Ziektewetuitkering met een vastgesteld dagloon van €26,25. Zij stuurde op 9 juni 2010 een brief aan het UWV met het verzoek de uitkering opnieuw te berekenen, omdat zij het niet eens was met de hoogte. Het UWV kwalificeerde deze brief onterecht als een bezwaarschrift en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was, mede omdat appellante hulp van derden had gezocht wat tot vertraging leidde. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij ongeneeslijk ziek was en daardoor niet tijdig bezwaar kon maken.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het UWV de brief van 9 juni 2010 niet als bezwaarschrift had moeten aanmerken, maar als een verzoek tot herziening van het besluit van 5 maart 2010, conform artikel 4:6 Awb Pro. Het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank worden vernietigd. Het UWV wordt opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen op het verzoek tot herziening.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen op het verzoek tot herziening.