ECLI:NL:CRVB:2012:BY4485
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering wegens geschiktheid voor WAO-functies
Appellante was laatstelijk werkzaam als steksteekster en schoonmaakster en ontving een WAO-uitkering vanwege arbeidsongeschiktheid. Na een toename van haar klachten werd haar een Ziektewet-uitkering toegekend, die het UWV op 30 augustus 2010 beëindigde omdat zij geschikt werd geacht voor één of meer functies uit de WAO-beoordeling.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het UWV werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat haar belastbaarheid werd overschat en dat er een onafhankelijke deskundige benoemd had moeten worden vanwege nieuwe medische informatie.
De Raad oordeelde dat het UWV terecht als maatstaf ten minste één van de laatst geselecteerde WAO-functies hanteerde. De medische stukken boden geen nieuwe informatie die tot een andere beoordeling leidde. De belastbaarheid was niet wezenlijk verslechterd en de functie van productiemedewerker industrie bleef passend. Er was geen reden voor deskundigenbenoeming. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewet-uitkering omdat appellant geschikt wordt geacht voor ten minste één van de in het kader van de WAO-beoordeling geselecteerde functies.