ECLI:NL:CRVB:2012:BY4494
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking verzoek schadevergoeding wegens redelijke termijn overschrijding
Betrokkene had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Utrecht in een zaak tegen het UWV. De Raad voor de Rechtspraak had reeds bepaald dat het onderzoek heropend zou worden voor een nadere uitspraak over een verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro.
Partijen bereikten overeenstemming over het schadevergoedingbedrag, waarna betrokkene het verzoek om schadevergoeding introk en tegelijkertijd de Staat verzocht te veroordelen in de proceskosten. De Staat erkende dat aan betrokkene tegemoet was gekomen.
De Raad oordeelde dat op grond van artikel 8:75a Awb en artikel 21 Beroepswet Pro de Staat op verzoek van betrokkene in de proceskosten kan worden veroordeeld. De proceskosten werden vastgesteld op € 218,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De uitspraak werd gedaan door rechter Ch. van Voorst, in aanwezigheid van griffier A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen, en uitgesproken in het openbaar op 28 november 2012.
Uitkomst: De Staat wordt veroordeeld tot betaling van € 218,- aan proceskosten aan betrokkene.