ECLI:NL:CRVB:2012:BY5029
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Vaststelling hoofdverblijf en weigering inkomensvoorziening op grond van de Wet investeren in jongeren
Appellant heeft op grond van de Wet investeren in jongeren (WIJ) een werkleeraanbod aangevraagd en een inkomensvoorziening gevraagd bij de gemeente Amersfoort. De gemeente concludeerde na onderzoek dat appellant zijn hoofdverblijf niet had op het opgegeven adres, maar in Amsterdam bij zijn vriendin. Op grond hiervan werd het recht op inkomensvoorziening geweigerd.
De rechtbank verklaarde de beroepen tegen de besluiten ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat hij wel degelijk zijn hoofdverblijf had op het opgegeven adres, maar de Raad concludeerde dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij daar daadwerkelijk woonde. Ook werd vastgesteld dat appellant niet aan zijn inlichtingen- en medewerkingsplicht had voldaan door het niet overleggen van een bankafschrift en het niet verschijnen op afspraken.
De Raad vernietigde het eerste besluit, handhaafde de rechtsgevolgen, bevestigde het tweede besluit en veroordeelde het college in de proceskosten van appellant in zaak 11/4928. Het hoger beroep in zaak 12/1995 werd afgewezen. De beslissing werd genomen door rechter J.F. Bandringa.
Uitkomst: Het eerste besluit wordt vernietigd met handhaving van de rechtsgevolgen, het tweede besluit bevestigd, en het college veroordeeld in proceskosten.