ECLI:NL:CRVB:2012:BY5437

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
6 december 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11-3514 AW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep kort geding
Rechters
  • K. Zeilemaker
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 42c Wet Voortgezet Onderwijs
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging niet-ontvankelijkverklaring bezwaar tegen ontslag wegens bevoegdheidsoverdracht

Appellant was werkzaam als ambtenaar bij een onderwijsinstelling die per 1 januari 2009 werd overgedragen van het dagelijks bestuur van stadsdeel Nieuw-West aan een stichting. Naar aanleiding van deze overdracht verleende het dagelijks bestuur appellant eervol ontslag met ingang van dezelfde datum, waarna appellant direct werd herbenoemd bij de stichting met behoud van salaris en ambtenarenstatus.

Appellant maakte bezwaar tegen het ontslagbesluit van 17 februari 2009, maar dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang. De rechtbank vernietigde dit besluit wel, maar liet de rechtsgevolgen in stand. Appellant stelde hoger beroep in tegen het in stand laten van de rechtsgevolgen en vorderde schadevergoeding, stellende dat hij zijn baan en carrière had verloren.

De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het ontslag wegens bevoegdheidsoverdracht niet tot baanverlies leidde, omdat appellant per dezelfde datum werd herbenoemd met gelijkblijvend salaris en status. De door appellant genoemde salarisdaling hield verband met ziekte en dateerde van vóór de overdracht. Het hoger beroep werd daarom verworpen en de niet-ontvankelijkverklaring bevestigd.

Tegelijkertijd loopt een aparte procedure over het ontslag wegens ziekte door de stichting, die hier niet ter beoordeling stond. De Raad stelde vast dat het dagelijks bestuur het bevoegde bestuursorgaan was om op het bezwaar te beslissen en wees een proceskostenveroordeling af.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar bevestigd wegens gebrek aan procesbelang.

Uitspraak

11/3514 AW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 4 mei 2011, 09/5028 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellant] te [woonplaats] (appellant)
het dagelijks bestuur van het stadsdeel Nieuw-West (dagelijks bestuur)
Datum uitspraak: 6 december 2012
PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. dr. G.P. Dayala, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Namens het dagelijks bestuur is verweer gevoerd.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 november 2012. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. A.R.A.R Sitaldin, advocaat. Het stadsdeel heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. H.J. Brouwer, advocaat en J.W.M.C. den Ouden.
OVERWEGINGEN
1. Appellant was werkzaam als [adresnaam functie] op het [naam werkgever]. Per 1 januari 2009 is het [naam werkgever] ingevolge artikel 42c van de Wet Voortgezet Onderwijs overgedragen van het dagelijks bestuur van stadsdeel Osdorp (thans Nieuw-West) aan de stichting [naam werkgever] (stichting). Tengevolge van deze overdracht heeft het dagelijks bestuur aan appellant met ingang van 1 januari 2009 eervol ontslag verleend bij besluit van 17 februari 2009. Appellant is vervolgens bij besluit van 18 maart 2009 per 1 januari 2009 aangesteld bij de stichting.
1.2. Het tegen het besluit van 17 februari 2009 gemaakte bezwaar is bij besluit van
18 september 2009 niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang (bestreden besluit).
1.3. Ondertussen heeft de stichting bij besluit van 9 maart 2009 aan appellant ontslag verleend wegens ongeschiktheid als gevolg van ziekte. Tegen dat besluit heeft appellant eveneens bezwaar gemaakt, welk bezwaar ongegrond is verklaard bij besluit van 9 juli 2009. Daartegen heeft appellant beroep ingesteld, welk beroep heeft geleid tot een tussenuitspraak van de rechtbank van 5 oktober 2011 (09/4000), waarbij de stichting is opgedragen een nader gemotiveerd standpunt in te nemen met betrekking tot de herplaatsingsmogelijkheden van appellant. De rechtbank heeft nog geen einduitspraak gedaan.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het bestreden besluit gegrond verklaard en dat besluit vernietigd. De rechtbank heeft de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand gelaten.
3. Het hoger beroep van appellant is uitsluitend gericht tegen het in stand laten van de rechtsgevolgen van het vernietigde bestreden besluit. Appellant acht dat onterecht en meent dat de rechtbank heeft miskend dat hij zijn baan is verloren en een carrière als leraar is misgelopen zonder enige vorm van compensatie. Appellant is ten onrechte wegens ziekte ontslagen. De schade die appellant heeft geleden als gevolg van de overgang naar de stichting wil hij vergoed krijgen.
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.1. Het ontslag wegens ziekte door de stichting staat hier niet ter beoordeling. Dat ontslag is onderwerp van geschil in de procedure bij de rechtbank met nummer 9/4000. In het hier aan de orde zijnde geding gaat het over het ontslag van appellant in verband met de bevoegdheidsoverdracht ten aanzien van het [naam werkgever] van het dagelijks bestuur naar de stichting.
4.2. Evenmin staat ter beoordeling de vernietiging door de rechtbank van het bestreden besluit wegens een bevoegdheidsgebrek. Appellant heeft zich daarmee verenigd en het dagelijks bestuur heeft erin berust, zodat dit buiten de omvang van het geding valt. De Raad heeft echter wel, net als de rechtbank overigens, het dagelijks bestuur als procespartij aangemerkt, zijnde wel degelijk het bevoegde bestuursorgaan om op het bezwaar van appellant tegen het besluit van 17 februari 2009 te beslissen.
4.3. Appellant heeft geen gronden aangevoerd die specifiek betrekking hebben op dit ontslag of op de niet-ontvankelijk verklaring van zijn bezwaar. Ook zijn verzoek om schadevergoeding kan niet in verband worden gebracht met het ontslag wegens de bevoegdheidsoverdracht. Als gevolg van dat ontslag raakte appellant immers niet zijn baan kwijt; hij werd per dezelfde datum weer aangesteld, met behoud van hetzelfde salaris en met behoud van de ambtenarenstatus. Er is dan ook geen enkele schade die in verband kan worden gebracht met dit ontslag. De teruggang in salaris die appellant bedoelt hield verband met zijn ziekte en die teruggang dateert al voor de bevoegdheidsoverdracht.
De aangevallen uitspraak dient dan ook te worden bevestigd, voor zover aangevochten.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak voorzover aangevochten.
Deze uitspraak is gedaan door K. Zeilemaker, in tegenwoordigheid van M.R. Schuurman als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 6 december 2012.
(getekend) K. Zeilemaker
(getekend) M.R. Schuurman
HD