ECLI:NL:CRVB:2012:BY5469
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijk verklaring hoger beroep wegens ontbreken procesbelang na toekenning WAO-uitkering
Appellant had een WAO-uitkering aangevraagd, die door het UWV werd geweigerd omdat hij minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht. Na herhaalde aanvragen en bezwaarprocedures oordeelde de rechtbank dat het UWV onvoldoende had onderzocht of appellant recht had op een uitkering per een andere datum dan 27 januari 2004. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en gaf het UWV zes weken om een nieuwe beslissing te nemen.
Naar aanleiding van het hoger beroep heeft het UWV op 1 februari 2012 een nieuwe beslissing genomen waarbij appellant alsnog een WAO-uitkering werd toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 tot 100%. Hierdoor is het procesbelang van appellant komen te vervallen.
Appellant handhaafde zijn standpunt over een beroepsziekte en eiste schadevergoeding en salarisvergoedingen, maar de Raad oordeelde dat deze kwesties buiten het bereik van het geding vallen omdat het UWV daar niet over kan beslissen.
De Centrale Raad van Beroep verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang en wees een proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang na toekenning van de WAO-uitkering.