ECLI:NL:CRVB:2012:BY5472
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging disciplinair ontslag wegens plichtsverzuim na niet opvolgen dienstopdrachten
Appellant, werkzaam als ambtenaar bij de politie, meldde zich na ziekteverzuim opnieuw ziek op 21 augustus 2009. De bedrijfsarts en Commissie van Drie oordeelden dat appellant geschikt was voor gedeeltelijke werkhervatting. Na drie werkdagen hervatten meldde appellant zich opnieuw ziek op 2 oktober 2009, wat door zijn leidinggevende werd geweigerd en waarop twee dienstopdrachten volgden om het werk te hervatten. Appellant gaf hieraan geen gehoor.
De korpsbeheerder staakte de loonbetaling wegens plichtsverzuim en legde uiteindelijk disciplinair ontslag op. Appellant voerde aan dat zijn ziekmelding onterecht werd geweigerd en dat zijn klachten waren verergerd, ondersteund door een brief van het UWV. De Raad oordeelde echter dat de leidinggevende terecht de ziekmelding weigerde op grond van eerdere medische adviezen en dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zijn klachten waren verergerd.
De Raad vond dat de korpsbeheerder terecht de loonbetaling had stopgezet en dat het plichtsverzuim terecht werd vastgesteld. Het ontslag was niet onevenredig gezien de ernst van het verzuim. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het ontslag bevestigd wegens plichtsverzuim na niet opvolgen van dienstopdrachten.