ECLI:NL:CRVB:2012:BY5625

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
7 december 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
12-5554 WAO-VV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • T. Hoogenboom
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 AwbArt. 18 BeroepswetArt. 21 BeroepswetArt. 22, vierde lid, Beroepswet
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht

Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Almelo en verzocht om een voorlopige voorziening op grond van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

De griffier heeft verzoeker meerdere malen gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht van €115,- binnen een termijn van twee weken, met een laatste aanmaning waarin werd gesteld dat niet-betaling binnen één week zou leiden tot niet-ontvankelijkheid van het verzoek.

Verzoeker heeft het griffierecht niet voldaan binnen de gestelde termijnen, waardoor de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaarde op grond van artikel 8:83, derde lid, Awb. Er is geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens niet-betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijn.

Uitspraak

12/5554 WAO
Centrale Raad van Beroep
Voorzieningenrechter
Uitspraak inzake het verzoek om toepassing van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht in samenhang met artikel 21 van Pro de Beroepswet in het geding tussen:
Partijen:
[A. te B. ] (verzoeker)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
Datum uitspraak: 7 december 2012
PROCESVERLOOP
Verzoeker heeft bij brief van 12 oktober 2012 hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Almelo van 10 oktober 2012, 12/201.
Bij brief van 14 oktober 2012 is verzocht om toepassing van het bepaalde in artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
OVERWEGINGEN
Ingevolge het bepaalde in artikel 18 en Pro artikel 21 van Pro de Beroepswet in verbinding met artikel 8:81 van Pro de Awb kan, indien tegen een uitspraak van de rechtbank of van de voorzieningenrechter van de rechtbank hoger beroep bij de Raad is ingesteld, de voorzieningenrechter van de Raad op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
In het eerste lid van artikel 23 van Pro de Beroepswet is bepaald dat door de griffier een griffierecht wordt geheven. Artikel 22, vierde lid, van de Beroepswet is van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat de termijn binnen welke de bijschrijving of storting van het verschuldigde bedrag dient plaats te vinden twee weken bedraagt.
Bij brief van 22 oktober 2012 is verzoeker erop gewezen dat ter zake van het ingediende verzoek een griffierecht van € 115,-, is verschuldigd, welk bedrag uiterlijk 14 dagen na de dag van verzending van die brief op de bankrekening van de Centrale Raad van Beroep moet zijn bijgeschreven.
Bij aangetekende brief van 7 november 2012 is verzoeker nogmaals gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en is meegedeeld dat het verschuldigde bedrag binnen één week na dagtekening dient te zijn bijgeschreven op de rekening van de Centrale Raad van Beroep dan wel per kas dient te zijn gestort. Daarbij is erop gewezen dat overschrijding van die termijn leidt tot niet-ontvankelijkverklaring van het verzoek om voorlopige voorziening.
Ook binnen die termijn is het griffierecht niet voldaan.
Bovenstaande leidt ertoe dat het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen kennelijk niet-ontvankelijk moet worden verklaard onder toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Awb.
Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.
BESLISSING
De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep verklaart het verzoek om toepassing van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door T. Hoogenboom, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 7 december 2012.
(getekend) T. Hoogenboom
(getekend) D.W.M. Kaldenhoven