ECLI:NL:CRVB:2012:BY5926
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Ziektewet-uitkering wegens onvoldoende medische beperkingen
Appellante, werkzaam als secretaresse, meldde zich ziek vanwege een linkerenkelbreuk en gescheurde enkelbanden. Het UWV oordeelde dat zij haar enkel redelijk kon belasten en geschikt was voor haar zittende werk, waarna de Ziektewet-uitkering werd geweigerd.
In bezwaar stelde appellante dat een scheef geplaatste schroef in haar enkel haar veel pijn bezorgde, maar de bezwaarverzekeringsarts concludeerde dat de enkel stabiel was en zij haar werk kon verrichten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, oordeelde dat het onderzoek niet onzorgvuldig was en dat onvoldoende bewijs bestond voor psychische klachten die het werkvermogen beïnvloedden.
In hoger beroep herhaalde appellante haar klachten, maar zonder nieuwe medische onderbouwing. De Raad achtte de latere psychische behandelingen niet relevant voor de peildatum en vond de medische rapportage onvoldoende aanleiding voor nader onderzoek. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en de weigering van de uitkering bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Ziektewet-uitkering wegens onvoldoende medische beperkingen.