ECLI:NL:CRVB:2012:BY5928
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Ziektewetuitkering wegens onvoldoende onderbouwing arbeidsongeschiktheid door medicatie
Appellant heeft een Ziektewetuitkering aangevraagd vanwege epilepsie en bijwerkingen van medicatie die zijn arbeidsvermogen zouden beperken. Het UWV heeft deze uitkering geweigerd omdat uit medisch onderzoek bleek dat appellant niet meer beperkt was dan bij eerdere beoordelingen en dat er rekening was gehouden met beperkingen voor risicovolle werkzaamheden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat appellant onvoldoende onderbouwing gaf voor de bewering dat medicatie hem arbeidsongeschikt maakte. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de rechtbank onvoldoende had laten toetsen of de bijwerkingen van medicatie hem daadwerkelijk verhinderen te werken.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat de bezwaarverzekeringsarts een voldoende gemotiveerd standpunt heeft ingenomen en dat appellant geen concrete aanknopingspunten heeft gegeven om dit te betwijfelen. De Raad bevestigt daarom het oordeel van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 12 december 2012.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Ziektewetuitkering wegens onvoldoende onderbouwing van arbeidsongeschiktheid door appellant.