ECLI:NL:CRVB:2012:BY5957
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Afwijzing heropening Wajong-uitkering en terugvordering voorschot
Appellante, geboren in 1986, ontving sinds 2004 een Wajong-uitkering vanwege een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Na het beëindigen van haar werkzaamheden en een verblijf in het buitenland werd de uitkering ingetrokken. Bij terugkeer in Nederland verzocht zij om heropening van de uitkering, waarop het UWV besloot deze niet toe te kennen vanwege een arbeidsongeschiktheid van minder dan 25%.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze besluiten ongegrond, stellende dat de verzekeringsartsen de beperkingen van appellante niet hadden onderschat en dat de arbeidskundige rapportages voldoende onderbouwden dat de voorgestelde functies passend waren. Tevens werd de terugvordering van onverschuldigde voorschotten door het UWV als rechtmatig beoordeeld.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraken. Appellante heeft haar stellingen niet met medische gegevens onderbouwd en er is geen sprake van een dringende reden voor het herleven van de uitkering. Ook is geen schending van het Eerste Protocol bij het Europees Verdrag vastgesteld. Het verzoek tot schadevergoeding wordt afgewezen en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de heropening van de Wajong-uitkering en de terugvordering van voorschotten.