ECLI:NL:CRVB:2012:BY6046
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV waarin werd vastgesteld dat hij vanaf 21 juni 2010 geen recht had op een WIA-uitkering vanwege een arbeidsongeschiktheidspercentage van minder dan 35%. De rechtbank ’s-Gravenhage verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundige onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat appellant in staat werd geacht bepaalde functies te vervullen.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn stellingen over onderschatting van zijn functionele beperkingen, waaronder neurologische, psychische en longklachten, evenals angst voor een hersenbloeding en een huidaandoening. De Centrale Raad van Beroep beoordeelde dat het medisch onderzoek door het UWV voldoende zorgvuldig was en dat de bezwaarverzekeringsarts de bevindingen van de primaire verzekeringsarts terecht had overgenomen.
De door appellant overgelegde medische stukken gaven geen aanleiding om het oordeel van de rechtbank te herzien. De arbeidsdeskundige had bovendien adequaat rekening gehouden met de functionele beperkingen bij het selecteren van geschikte functies. De Raad bevestigde daarom de aangevallen uitspraak en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Geen recht op WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid bevestigd.