ECLI:NL:CRVB:2012:BY6064
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging definitieve jaarafrekening buitenlandbijdrage ondanks termijnoverschrijding
Appellant, woonachtig in België en gerechtigd op zorg op grond van de Zorgverzekeringswet (Zvw), werd geconfronteerd met een definitieve jaarafrekening van de buitenlandbijdrage over 2006 die door het College voor zorgverzekeringen (Cvz) was vastgesteld na overschrijding van de wettelijke termijn.
De rechtbank had het beroep van appellant tegen deze vaststelling ongegrond verklaard. In hoger beroep voerde appellant aan dat de overschrijding van de termijn in artikel 6.3.3, derde lid, van de Regeling zorgverzekering tot vernietiging van het besluit moest leiden.
De Raad oordeelde dat de bevoegdheid van Cvz tot vaststelling van de jaarafrekening niet vervalt door de termijnoverschrijding, omdat deze termijn slechts regels bevat over de wijze van uitvoering en niet over het verval van bevoegdheid. Tevens werd geoordeeld dat het rechtszekerheidsbeginsel niet werd geschonden, aangezien appellant wist of redelijkerwijs kon weten dat een definitieve vaststelling zou volgen en geen nadeel had geleden doordat Cvz had afgezien van wettelijke rente.
Daarmee werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.