ECLI:NL:CRVB:2012:BY6068
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging negatieve functioneringsbeoordeling sergeant-majoor ondanks bezwaar
Appellant, werkzaam als sergeant-majoor bij het commando Landstrijdkrachten, kreeg een negatieve beoordeling over het functioneren in de periode augustus 2008 tot juli 2009. Ondanks meerdere gesprekken over verbeterpunten, waaronder een functioneringsgesprek in maart 2009, bleef het functioneren onvoldoende. De beoordeling werd door de commandant vastgesteld en na bezwaar gehandhaafd.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij door de negatieve beoordeling was overvallen en dat er sprake was van vooringenomenheid door animositeit met een adjudant. De Raad concludeerde dat de beoordeling op juiste wijze tot stand was gekomen, dat de commandant voldoende concrete voorbeelden had gegeven ter onderbouwing van de negatieve waardering en dat de vermeende beïnvloeding niet aannemelijk was.
De Raad oordeelde dat de beoordelingsprocedure en inhoud aan de juiste toetsingsmaatstaven voldeden en dat appellant onvoldoende had aangetoond dat de negatieve beoordeling onzorgvuldig of onrechtmatig was. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De negatieve functioneringsbeoordeling van appellant wordt bevestigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.