ECLI:NL:CRVB:2012:BY6070
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- Rechtspraak.nl
Bevestiging definitieve jaarafrekening buitenlandbijdrage ondanks termijnoverschrijding
Appellante, woonachtig in België en gerechtigd tot zorg op grond van de Algemene Ouderdomswet en de Zorgverzekeringswet, werd geconfronteerd met een definitieve jaarafrekening van de buitenlandbijdrage over 2007 die door het College voor zorgverzekeringen (Cvz) was vastgesteld met een overschrijding van de wettelijke termijn. De rechtbank had reeds geoordeeld dat deze termijnoverschrijding niet leidde tot verval van de bevoegdheid van Cvz en dat er geen sprake was van een verval- of verjaringstermijn.
In hoger beroep voerde appellante aan dat de late vaststelling van de buitenlandbijdrage neerkwam op onbehoorlijk bestuur en verzocht vernietiging van het besluit. De Raad oordeelde dat de wettelijke termijn in de Regeling zorgverzekering inderdaad was overschreden met 3,5 maand, maar dat dit niet leidde tot het vervallen van de bevoegdheid van Cvz om de jaarafrekening definitief vast te stellen. Tevens werd vastgesteld dat appellante redelijkerwijs kon weten dat een definitieve vaststelling nog zou volgen.
De Raad benadrukte dat het rechtszekerheidsbeginsel niet was geschonden, mede omdat appellante op de hoogte was gesteld van een voorlopige jaarafrekening en geen nadeel had geleden doordat Cvz had afgezien van het in rekening brengen van wettelijke rente. De uitspraak van de rechtbank Amsterdam werd bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de definitieve jaarafrekening blijft in stand ondanks de termijnoverschrijding.