ECLI:NL:CRVB:2012:BY6079
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging definitieve jaarafrekening buitenlandbijdrage ondanks termijnoverschrijding
Appellant, woonachtig in België en met recht op zorg in het woonland op grond van de Zorgverzekeringswet en EU-verordening, kreeg een voorlopige jaarafrekening buitenlandbijdrage voor 2007. Cvz stelde de definitieve jaarafrekening over 2006 vast met een overschrijding van één dag van de wettelijke termijn. Appellant stelde dat deze overschrijding de bevoegdheid van Cvz tot vaststelling deed vervallen en dat dit in strijd was met het rechtszekerheidsbeginsel.
De rechtbank oordeelde dat de termijn in de Regeling zorgverzekering geen verjaringstermijn betreft en dat de overschrijding niet leidt tot vernietiging van het besluit. De Raad bevestigt dit oordeel en stelt dat de bevoegdheid van Cvz niet vervalt door de termijnoverschrijding. Tevens is geen schending van het rechtszekerheidsbeginsel aan de orde, omdat appellant wist dat een definitieve vaststelling nog zou volgen en geen nadeel heeft geleden doordat Cvz afzag van renteheffing.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De termijnoverschrijding van één dag leidt niet tot vernietiging van de definitieve jaarafrekening en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.