ECLI:NL:CRVB:2012:BY6081

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
13 december 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11-4151 WSW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • K. Zeilemaker
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging herindicatie op grond van de Wet sociale werkvoorziening ondanks psychische en lichamelijke klachten

Appellant had een indicatie op grond van de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) die in 2006 werd verleend en in 2010 werd hernieuwd na een aanvraag tot herindicatie. De rechtbank vernietigde het bezwaar tegen de herindicatie, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Appellant stelde dat zijn psychische en lichamelijke beperkingen zodanig waren dat hij niet kon werken, waardoor het besluit onterecht was.

De Raad heeft de medische rapportages van februari-maart 2011 bestudeerd, waaruit bleek dat appellant beperkingen heeft, maar dat deze binnen de Wsw kunnen worden opgevangen. De psychische toestand was niet dermate verslechterd en de lichamelijke klachten betroffen nog steeds rugklachten zonder nieuwe beperkingen. Ook een herniaoperatie in januari 2012 bracht hier geen verandering in.

Omdat appellant geen tegenbewijs of nieuwe medische gegevens heeft aangevoerd, concludeert de Raad dat de herindicatie terecht is verleend. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de herindicatie terecht is verleend en wijst het hoger beroep af.

Uitspraak

11/4151 WSW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 1 juni 2011, 10/1533 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[A. te B.]
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (raad van bestuur)
Datum uitspraak 13 december 2012.
PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. A.J. Kiela hoger beroep ingesteld.
De raad van bestuur heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 29 november 2012. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Kiela en H. Bassit, tolk.
OVERWEGINGEN
1. Bij besluit van 23 februari 2006 is aan appellant een indicatie verleend op grond van de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) voor de duur van twee jaar. Op 25 september 2009 is door het Regionaal sociaal Werkvoorzieningschap Amersfoort (RWA) ten behoeve van appellant een aanvraag om herindicatie ingediend. Bij besluit van 7 januari 2010 is de indicatie opnieuw verleend. Bij besluit van 19 april 2010 (bestreden besluit) is het bezwaar tegen het besluit van 7 januari 2010 ongegrond verklaard.
2. De rechtbank heeft het onderzoek heropend en appellant opgeroepen zich aan een medisch onderzoek te laten onderwerpen. Dit heeft geresulteerd in een drietal rapportages, opgesteld door de bedrijfsarts, een psycholoog en de arbeidsdeskundige. Uit de rapportages komt naar voren dat appellant beperkingen heeft waardoor hij niet op de reguliere arbeidsmarkt kan werken. De aanpassingen die appellant nodig heeft kunnen echter binnen de Wsw worden gerealiseerd. De rechtbank heeft vervolgens bij de aangevallen uitspraak het beroep gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd. Daarbij heeft de rechtbank bepaald dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit geheel in stand blijven.
3. Appellant heeft aangevoerd dat het voor hem onbegrijpelijk is dat er, gelet op zijn psychische en lichamelijke beperkingen, wordt aangenomen dat hij arbeid kan verrichten, zodat de rechtsgevolgen vanuit het bestreden besluit ten onrechte in stand zijn gelaten.
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.1. Gelet op de medische rapportages zoals die in de periode februari-maart 2011 zijn opgesteld heeft de rechtbank terecht overwogen dat de psychische toestand van appellant niet dermate is verslechterd dat de herindicatie ten onrechte is verleend. Dit geldt ook voor de lichamelijke klachten van appellant, nu deze nog steeds betrekking hebben op rugklachten en er geen sprake is van nieuwe beperkingen. Door appellant is het bestaan van genoemde rapportages erkend. Op geen enkele manier is onderbouwd waarom de rapportages onzorgvuldig of onjuist zouden zijn, noch zijn door appellant gegevens ingebracht die een ander licht werpen op zijn gezondheidstoestand. Dat appellant in januari 2012 een herniaoperatie heeft ondergaan leidt er evenmin toe dat de herindicatie ten onrechte is verleend.
4.2. Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd voor zover aangevochten.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten.
Deze uitspraak is gedaan door K. Zeilemaker, in tegenwoordigheid van N.M. van Gorkum als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 13 december 2012.
(getekend) K. Zeilemaker
(getekend) N.M. van Gorkum
sg