ECLI:NL:CRVB:2012:BY6087

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
13 december 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10--5986 WSW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • K. Zeilemaker
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4 Besluit uitvoering sociale werkvoorziening en begeleid werkenArt. 1:3 Algemene wet bestuursrecht
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging indeling arbeidshandicapcategorie matig en geldigheidsduur WSW-indicatie

Appellant was bij besluit van 27 november 2008 ingedeeld in de arbeidshandicapcategorie matig binnen de sociale werkvoorziening (WSW) met een geldigheidsduur van drie jaar. Hij kreeg de indicatie voor begeleid werken in een regulier bedrijf. Tegen deze indeling en de geldigheidsduur maakte appellant bezwaar, dat op 16 april 2009 ongegrond werd verklaard. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep tegen dit besluit eveneens ongegrond.

Appellant stelde in hoger beroep dat zijn situatie was verslechterd en dat hij niet in staat was arbeid te verrichten, maar onderbouwde dit niet. De Raad baseerde zich op adviezen van een psycholoog, bedrijfsarts en arbeidsdeskundige die bevestigden dat appellant een arbeidsprestatie van meer dan vijftig procent kon leveren. De Raad vond geen aanwijzingen dat deze adviezen onzorgvuldig tot stand waren gekomen.

Ook het bezwaar tegen het advies begeleid werken werd als niet-ontvankelijk verklaard, omdat dit advies geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht is. De Centrale Raad van Beroep bevestigde de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de indeling in de arbeidshandicapcategorie matig met geldigheidsduur van drie jaar wordt bevestigd.

Uitspraak

10/5986 WSW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 1 oktober 2010, 09/2117 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[A. te B.]
de Raad van Bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (raad van bestuur)
Datum uitspraak 13 december 2012.
PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. D. van der Wal, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Er is geen verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 29 november 2012. Appellant is niet verschenen. De raad van bestuur heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. H.B. Heij.
OVERWEGINGEN
1. Bij besluit van 27 november 2008 is appellant aangemerkt als behorend tot de doelgroep van de sociale werkvoorziening (indicatie WSW). Zijn arbeidshandicap is daarbij ingedeeld in de categorie matig en bepaald is dat hij in aanmerking komt voor begeleid werken in een regulier bedrijf. De indicatie is 3 jaar geldig.
1.1. Bij besluit van 16 april 2009 (bestreden besluit) is het bezwaar, gericht tegen de indeling in de arbeidhandicapcategorie matig en tegen de geldigheidsduur, ongegrond verklaard. Voor zover het bezwaar gericht was tegen het advies begeleid werken is dat niet-ontvankelijk verklaard.
2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het tegen het bestreden besluit ingestelde beroep ongegrond verklaard.
3. In hoger beroep heeft appellant herhaald dat zijn situatie ernstiger is geworden en dat hij helemaal niet in staat is om arbeid te verrichten. Hij heeft verwezen naar zijn gronden in bezwaar en beroep.
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.1. Ingevolge artikel 4, eerste lid, van het Besluit uitvoering sociale werkvoorziening en begeleid werken in samenhang met de bijlage behorend bij dit Besluit, wordt een geïndiceerde ingedeeld in de arbeidshandicapcategorie matig als het totaal van de noodzakelijke aanpassingen is te beschouwen als verstrekkend en de betrokkene in staat wordt geacht onder aangepaste omstandigheden een arbeidsprestatie te leveren van vijftig procent of meer van een normale prestatie.
4.2. In dit geval is het standpunt dat appellant in staat is een arbeidsprestatie te leveren van meer dan vijftig procent gebaseerd op onderzoeken en adviezen van een psycholoog en een bedrijfsarts, die ieder bij appellant beperkingen hebben vastgesteld. Appellant heeft dat standpunt weliswaar bestreden met de stelling dat zijn situatie is verslechterd, maar - gelijk ook de rechtbank al heeft vastgesteld - hij heeft zijn zienswijze van geen enkele onderbouwing voorzien. In bezwaar heeft de raad van bestuur aan een arbeidsdeskundige de vraag voorgelegd of appellant wel in staat is een arbeidsprestatie van meer dan vijftig procent te leveren. Die vraag is in een rapportage van 18 maart 2009 bevestigend beantwoord. Ook hier heeft appellant niets tegenover gesteld. Het oordeel van de rechtbank dat niet gebleken is dat de betrokken adviezen waarop het bestreden besluit is gebaseerd onzorgvuldig tot stand zijn gekomen onderschrijft de Raad dan ook.
4.3. Met betrekking tot de geldigheidsduur van de indicatie wordt verwezen naar hetgeen de rechtbank heeft overwogen onder 2.24 van de aangevallen uitspraak. Appellant heeft in hoger beroep daarover niets nieuws naar voren gebracht.
4.4. Hetzelfde geldt voor het oordeel van de rechtbank onder 2.26 over de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar tegen het advies begeleid werken. Terecht heeft de rechtbank verwezen naar de uitspraak van de Raad van 27 augustus 2009, LJN BJ7001, waarin is geoordeeld dat een dergelijk advies geen besluit is in de zin van artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
5. Het hoger beroep slaagt dus niet en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door K. Zeilemaker, in tegenwoordigheid van N.M. van Gorkum als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 13 december 2012.
(getekend) K. Zeilemaker
(getekend) N.M. van Gorkum
HD