ECLI:NL:CRVB:2012:BY6687
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- W.H. Bel
- C.H. Bangma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellanten ontvingen vanaf 15 augustus 2002 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand ter aanvulling op een pensioen. Bij een controle in september 2008 ontdekte het college dat appellanten een bankrekening in Marokko hadden waarop pensioeninkomsten werden bijgeschreven, maar deze niet hadden gemeld. Ondanks herhaalde verzoeken hebben appellanten geen bankafschriften verstrekt.
Het college trok daarom de bijstand over de periode van augustus 2002 tot juni 2008 in en vorderde de ten onrechte ontvangen bedragen terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond en in hoger beroep voerden appellanten aan dat zij niet in strijd met de inlichtingenverplichting hadden gehandeld en dat de terugvordering onevenredig was.
De Raad oordeelde dat appellanten hun inlichtingenverplichting hadden geschonden door geen bankafschriften te overleggen, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. De terugvordering werd als proportioneel beoordeeld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.