ECLI:NL:CRVB:2012:BY6801
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling proceskostenveroordeling na herziening buitenlandbijdrage op grond van onjuiste gegevens Belastingdienst
Betrokkene, woonachtig in Duitsland en pensioenontvanger, werd door het College voor zorgverzekeringen (Cvz) op grond van de Zorgverzekeringswet als verdragsgerechtigde aangemerkt en kreeg een buitenlandbijdrage opgelegd op basis van een door de Belastingdienst vastgestelde wereldinkomensbeschikking. De Belastingdienst stelde het wereldinkomen aanvankelijk ambtshalve vast op € 42.000, waarop Cvz de buitenlandbijdrage baseerde.
Na bezwaar en beroep bleek dat de Belastingdienst onjuiste gegevens had verstrekt en stelde zij het wereldinkomen bij op € 10.640. Cvz herzag daarop de buitenlandbijdrage en stelde een nieuw besluit vast. Betrokkene trok het beroep in en verzocht Cvz te veroordelen in de proceskosten.
De rechtbank veroordeelde Cvz in de proceskosten, waarop Cvz hoger beroep instelde met het argument dat betrokkene onnodig beroep had ingesteld terwijl een verzoek om herziening bij Cvz mogelijk was. De Raad overwoog dat Cvz in redelijkheid op de door de Belastingdienst verstrekte gegevens mocht afgaan en dat niet is gebleken dat betrokkene schuld had aan de onjuiste gegevens. Ook het instellen van beroep vóór het nieuwe besluit was niet onredelijk.
De Raad bevestigde de proceskostenveroordeling en wees het hoger beroep van Cvz af. De uitspraak benadrukt dat het enkele ontbreken van verwijt aan het bestuursorgaan geen reden is om af te zien van een proceskostenveroordeling wanneer het bestuursorgaan aan het beroep tegemoetkomt.
Uitkomst: Het hoger beroep van Cvz wordt afgewezen en de proceskostenveroordeling wordt bevestigd.