ECLI:NL:CRVB:2012:BY6816
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- H. Bolt
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor arbeid bevestigd
Appellant was werkzaam als hulpverlener en meldde zich ziek met klachten van overspannenheid en nek- en schouderklachten. Na onderzoek door een verzekeringsarts werd hij geschikt bevonden voor zijn arbeid, waarna zijn Ziektewetuitkering werd beëindigd. Het bezwaar tegen dit besluit werd ongegrond verklaard, waarbij een bezwaarverzekeringsarts de eerdere bevindingen bevestigde.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, oordelend dat de medische rapporten zorgvuldig en gemotiveerd waren en dat er geen reden was om aan de juistheid te twijfelen. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij steeds door dezelfde verzekeringsarts werd onderzocht en betoogde mogelijke vooringenomenheid.
De Raad oordeelt dat er geen aanwijzingen zijn voor onjuistheid van de medische bevindingen. De bezwaarverzekeringsarts heeft appellant ook onderzocht en bevestigd dat hij in staat is zijn arbeid te verrichten. Het standpunt van appellant over vooringenomenheid is niet aannemelijk gemaakt. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering omdat appellant geschikt is voor zijn arbeid.