ECLI:NL:CRVB:2012:BY6891
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- H. Bolt
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering na beoordeling psychische en fysieke beperkingen
Appellant viel sinds 2006 uit wegens fysieke klachten en ontving een Ziektewet-uitkering vanaf oktober 2008 vanwege rug-, been- en psychische klachten. Het UWV beëindigde het ziekengeld per 23 november 2009 na een beoordeling waaruit bleek dat appellant geschikt was voor bepaalde functies ondanks zijn beperkingen.
Appellant stelde in bezwaar en beroep dat zijn psychische beperkingen werden onderschat en overhandigde meerdere medische rapporten ter onderbouwing. De Centrale Raad benoemde een onafhankelijke deskundige die een zorgvuldig en consistent onderzoek uitvoerde en concludeerde dat appellant leed aan een reactieve depressieve stoornis met narcistische trekken, wat matige beperkingen veroorzaakte.
De Raad oordeelde dat de bezwaren onvoldoende gemotiveerd waren om af te wijken van het deskundigenrapport. Ook de eerdere medische beoordelingen bevestigden deze conclusies. Gezien de aard van de functies en de matige psychische beperkingen was het besluit tot beëindiging van de uitkering terecht. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van de Ziektewet-uitkering bevestigd.