ECLI:NL:CRVB:2012:BY7262
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- H. Bolt
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ziekengeld na zorgvuldig medisch onderzoek bij psychische klachten
Appellante, voormalig secretaresse, meldde zich ziek vanwege psychische klachten na het faillissement van haar werkgever en ontving een uitkering op grond van de Ziektewet. Het UWV beëindigde haar ziekengeld per 2 juli 2010 op basis van een verzekeringsarts die haar geschikt achtte voor arbeid. Appellante maakte bezwaar, dat werd afgewezen door het UWV na een aanvullend onderzoek door een bezwaarverzekeringsarts.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat het UWV voldoende zorgvuldig medisch onderzoek had verricht en de ernst van haar klachten juist had ingeschat. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het UWV geen overleg had gepleegd met haar behandelend psycholoog, die een ander advies gaf over haar arbeidsmogelijkheden.
De Raad oordeelde dat het UWV het medisch onderzoek zorgvuldig had uitgevoerd, inclusief beoordeling van het dossier en het rapport van de psycholoog Cremers, die geen behandelaar was maar een advies gaf over re-integratie. De Raad vond geen aanleiding om het oordeel van het UWV te verwerpen en bevestigde de beëindiging van het ziekengeld per 2 juli 2010.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 19 december 2012.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van het ziekengeld wordt bevestigd.