ECLI:NL:CRVB:2012:BY7869
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling griffierecht en ontbreken gronden
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Utrecht. De gemachtigde van appellant is meerdere malen gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht van €115,- binnen 28 dagen na ontvangst van de aanmaning. Ondanks deze waarschuwingen is het griffierecht niet tijdig betaald; de betaling vond pas na de termijn plaats.
Daarnaast bevatte het beroepschrift geen gronden van hoger beroep, hetgeen een vereiste is volgens artikel 22 van Pro de Beroepswet. De Centrale Raad van Beroep oordeelt op basis van deze feiten dat het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, zonder dat verder onderzoek noodzakelijk is.
De Raad ziet geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter T.L. de Vries en griffier A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen en is openbaar uitgesproken op 21 december 2012.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht en het ontbreken van gronden in het beroepschrift.