ECLI:NL:CRVB:2012:BZ6334
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vergoeding bezwaarkosten en schade bij terugvordering WAO-uitkering
Appellant maakte bezwaar tegen terugvordering van een bedrag door het UWV op grond van de WAO en vorderde vergoeding van kosten die hij in verband met de bezwaarprocedure had gemaakt. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat de opgevoerde schadeposten niet binnen de limitatieve opsomming van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) vallen en artikel 7:15 Awb Pro een uitputtende regeling biedt voor vergoeding van bezwaarkosten.
In hoger beroep betoogde appellant dat de aangevallen uitspraak door een onbevoegde rechter was gewezen, dat het UWV onrechtmatig had gehandeld en dat het Bpb in strijd was met het Eerste Protocol bij het EVRM. De Raad verwierp deze stellingen en bevestigde dat de rechtbank bevoegd was en dat er geen grond is om het Bpb buiten toepassing te laten.
De Raad oordeelde dat de door appellant gevorderde kosten zoals verlet en kopieën niet voor vergoeding in aanmerking komen omdat zij niet binnen de limitatieve opsomming van het Bpb vallen. Ook de stelling dat het eigendomsrecht werd geschonden faalde. Er was geen aanleiding voor prejudiciële vragen of betrokkenheid van de minister van Veiligheid en Justitie.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd zonder vergoeding van bezwaarkosten of schade.