ECLI:NL:CRVB:2013:1077
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende medische beperkingen
Appellant, voormalig chauffeur, meldde zich ziek met hartritmestoornissen en angstklachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde vast dat zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg en wees de uitkering af. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij zij het oordeel van de bezwaarverzekeringsarts over de medische beperkingen en de arbeidskundige beoordeling onderschreef.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn medische beperkingen ernstiger waren dan vastgesteld, onder meer door vermoeidheid, concentratieproblemen en smetvrees, en dat hij daardoor niet in staat was de geduide functies te vervullen. Hij overhandigde een brief van zijn huisarts, maar deze bevatte geen nieuwe objectief-medische gegevens ter onderbouwing.
De Raad concludeerde dat appellant zijn standpunten onvoldoende met objectieve medische gegevens had onderbouwd. De zienswijze van de bezwaarverzekeringsarts bleef onbetwist en ook de arbeidskundige beoordeling werd als deugdelijk gemotiveerd en passend beschouwd. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de WIA-uitkering wegens onvoldoende onderbouwde medische beperkingen.