ECLI:NL:CRVB:2013:1078
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV waarin is vastgesteld dat hij geen recht heeft op een WIA-uitkering omdat zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedraagt. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard en het standpunt van de verzekeringsartsen onderschreven dat appellant weliswaar een psychosociale problematiek heeft, maar geen ernstige medische beperkingen die recht geven op een uitkering.
In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat hij door zijn lichamelijke en psychische klachten niet in staat is om arbeid te verrichten en dat de rechtbank ten onrechte de mening van de bezwaarverzekeringsarts doorslaggevend heeft geacht, terwijl zijn behandelend psycholoog spreekt van een ernstige depressieve stoornis.
De Centrale Raad van Beroep heeft het oordeel van de rechtbank bevestigd. De Raad stelt dat de medische beoordeling van de verzekeringsartsen, die ook informatie van de behandelende psycholoog hebben betrokken, voldoende is gemotiveerd en dat appellant zijn bezwaren niet met objectief-medische gegevens heeft onderbouwd. Tevens is niet concreet gemaakt welke beperkingen in de Functionele Mogelijkheden Lijst zwaarder hadden moeten worden beoordeeld.
De Raad ziet geen aanleiding om het bestreden besluit te vernietigen en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV bevestigd dat appellant geen recht heeft op een WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.