Uitspraak
OVERWEGINGEN
- tijdelijk - een ander adres als postadres moet worden gebruikt omdat men - tijdelijk - elders verblijft. Appellant heeft dit nagelaten.
Centrale Raad van Beroep
Appellant vroeg op 25 oktober 2009 een Wajong-uitkering aan. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) stelde bij besluit van 17 februari 2010 vast dat appellant recht had op een uitkering vanaf 1 november 2008. Appellant maakte op 14 april 2010 bezwaar tegen dit besluit, maar het Uwv verklaarde dit bezwaar bij besluit van 13 juli 2010 niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze niet-ontvankelijkverklaring ongegrond, omdat appellant niet tijdig bezwaar had gemaakt en de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij door detentie en psychiatrische aandoeningen niet in staat was tijdig bezwaar te maken. Hij overhandigde meerdere medische rapporten ter onderbouwing.
De Raad oordeelde dat het Uwv het besluit terecht naar het huisadres van appellant had gestuurd, conform de wettelijke verplichting om het GBA-adres te gebruiken. Appellant had het Uwv niet geïnformeerd over zijn detentieadres. Hoewel appellant aan een autistische stoornis lijdt, beschikte hij over voldoende cognitieve vaardigheden om zijn belangen te behartigen of zorg te dragen dat post hem bereikte. De termijnoverschrijding werd daarom niet als verschoonbaar beschouwd.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar bevestigd wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.