ECLI:NL:CRVB:2013:1133
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. de Mooij
- W.H. Bel
- B.W.N. de Waard
- Rechtspraak.nl
Afwijzing indicatie persoonlijke verzorging en begeleiding wegens onvoldoende beperkingen
Appellant heeft een ongedifferentieerde somatisatiestoornis met diverse lichamelijke klachten, waaronder depressie en concentratiestoornissen, en een non-Hodgkin lymfoom in remissie. De Stichting Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) wees zijn aanvraag voor indicatie persoonlijke verzorging en begeleiding af wegens onvoldoende medische informatie die een indicatie rechtvaardigt.
Na bezwaar verklaarde CIZ dit besluit ongegrond, stellende dat appellant geen matige of zware beperkingen heeft die een indicatie voor begeleiding of persoonlijke verzorging rechtvaardigen. De rechtbank 's-Gravenhage bevestigde dit oordeel na zorgvuldig medisch onderzoek, waarbij de medisch adviseur het dossier bestudeerde, een hoorzitting bijwoonde en medische informatie van de huisarts onderzocht. Appellant leverde geen aanvullende medische stukken aan.
In hoger beroep stelde appellant dat de afwijzing onterecht was en dat CIZ handelde in strijd met het gelijkheidsbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel, onder meer door het eisen van een behandelplan. De Raad oordeelde dat deze gronden een herhaling van eerdere stellingen zijn en bevestigde dat er geen medische stukken zijn die de conclusie van CIZ ondermijnen. Het ontbreken van een behandelplan was niet de reden voor afwijzing, maar het ontbreken van beperkingen die tot een indicatie leiden.
De Centrale Raad van Beroep verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de eerdere uitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag voor indicatie persoonlijke verzorging en begeleiding wordt bevestigd.