ECLI:NL:CRVB:2013:1146
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoek tot herziening besluit partnertoeslag AOW wegens vermeende bijzondere omstandigheden
Appellant, geboren in 1931, ontving sinds 1996 een ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW) met de norm voor een gehuwde. Een partnertoeslag werd destijds geweigerd vanwege het vermeende hoge arbeidsinkomen van zijn echtgenote. In 2011 heeft de Sociale Verzekeringsbank (Svb) ambtshalve alsnog een partnertoeslag toegekend vanaf november 2005, omdat was gebleken dat de echtgenote een Wajong-uitkering ontvangt en geen arbeidsinkomen heeft.
Appellant verzocht vervolgens om herziening van het besluit voor de periode vóór november 2005, maar dit verzoek werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, omdat geen bijzondere omstandigheden waren die tot herziening konden leiden. In hoger beroep stelde appellant dat zijn financiële situatie bijzondere omstandigheden vormde.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het bestuursorgaan bevoegd is om verzoeken tot terugkomen op eerdere besluiten te beoordelen, maar dat toetsing zich moet beperken tot de vraag of er nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden zijn. Appellant bracht geen dergelijke feiten aan. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van het besluit tot toekenning van partnertoeslag over de periode tot november 2005 wordt afgewezen.