ECLI:NL:CRVB:2013:1245
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Vergoeding voor overschrijding redelijke termijn in bestuursrechtelijke procedure
Verzoeker stelde een schadevergoeding te vorderen wegens overschrijding van de redelijke termijn in de rechterlijke fase van een bestuursrechtelijke procedure. Het geschil betrof de duur van de procedure bij de rechtbank en het hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad stelde vast dat de rechtbank de overschrijding van de redelijke termijn ten onrechte niet had beoordeeld en dat de behandeling bij de rechtbank drie jaar en elf maanden had geduurd, wat een overschrijding van twee jaar en vijf maanden betekent. De fase van hoger beroep bij de Raad mocht niet worden meegerekend bij de berekening van de overschrijding.
De Raad kende op basis van jurisprudentie een vergoeding toe van €500 per half jaar overschrijding, wat resulteerde in €2.500. Daarnaast werd een extra bedrag van €500 toegekend vanwege de duur van de schadeprocedure van ongeveer vijftien maanden na de uitspraak. De totale vergoeding bedraagt daarmee €3.000.
Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend omdat geen kosten waren aangetoond die voor vergoeding in aanmerking komen.
Uitkomst: De Staat wordt veroordeeld tot betaling van €3.000 aan verzoeker wegens overschrijding van de redelijke termijn.