ECLI:NL:CRVB:2013:1249
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding tandheelkundige en verhuis- en herinrichtingskosten Wuv
Appellant, erkend als vervolgingsslachtoffer onder de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv), verzocht om vergoeding van kosten voor tandheelkundige behandeling en verhuis- en herinrichtingskosten. Verweerder wees deze aanvraag af omdat de gebitsklachten niet aan de vervolging konden worden toegeschreven en er geen medische noodzaak was voor verhuizing.
De Raad overwoog dat appellant tijdens de oorlogsjaren ondergedoken was geweest, maar dat zijn voedingssituatie niet verschild van die van de algemene bevolking, wat essentieel is voor vergoeding van gebitsschade. Er was geen bewijs dat de slechte voeding zoals in gevangenissen of kampen aanwezig was geweest.
Met betrekking tot de verhuis- en herinrichtingskosten concludeerde de Raad dat de verhuizing niet medisch noodzakelijk was vanwege vervolgingsgerelateerde klachten. De wens van appellant om dichter bij zijn vriendin te wonen en toekomstbestendig te wonen waren geen geldige medische redenen. Er waren geen bijzondere omstandigheden om van het beleid af te wijken.
Daarom verklaarde de Raad het beroep ongegrond en wees de vergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de vergoeding van tandheelkundige en verhuis- en herinrichtingskosten wordt afgewezen.